Posts tonen met het label La Rochelle. Alle posts tonen
Posts tonen met het label La Rochelle. Alle posts tonen

zaterdag 24 september 2011

Somme der delen

Niet 'Onder de Linden'
maar onder de walnotenboom. 
23 september 2011 | De rit naar onze laatste bestemming in het departement Somme in de Regio Picardië begon een beetje moeizaam. Er zijn namelijk geen snelwegen tot de aansluiting met de A83 in de Vendée. Daarna ging het vrij rap, tot Rouen, sowieso een nachtmerrie voor wie daar niet al te vaak komt. Zo kwam het dat wij op de A115 uitkwamen en niet op de A28. Het bespaarde ons wel een rit door de stad zelf, wat op zich weer een opsteker was, een extra péage op A29 ten spijt. Daarna vonden wij onze kronkelweg naar Le Mazis, het gehucht waar de Chambres d'Hôtes 'Onder de Linden' van Aart Onder de Linden en zijn vrouw Dorette staat. Het is 'tweede keus', aangezien wij oorspronkelijk bij Celma en Robert in Normandië wilden neerstrijken, maar die konden niet dit weekend.

Een geluk bij een ongeluk, want het blijkt een zeer mooi landhuis te zijn met enorme kamers. De kamer die wij hadden had een badkamer die groter was dan onze hele hotelkamer in La Rochelle! We werden meteen begroet door de poes, gevolgd door Dorette, die ons een kopje thee aanbood en een (stroef) gesprekje met ons aanging. Zij spreekt redelijk goed Nederlands. Haar man Aart was niet aanwezig en die ontmoetten wij pas de volgende ochtend. Na het uitpakken en genieten van de zon in de enorme achtertuin gingen we een hapje eten in het naburige Blangy-sur-Bresle. Dorette had op een briefje de route voor ons uitgestippeld. We lieten ons oog vallen op pizzeria La Trattoria, waar we een eenvoudige doch voedzame maaltijd nuttigden, waarna we in het pikkedonker terugkeerden. Carla liet zich nog even zakken in het bad op pootjes (foto's bij de redactie verkrijgbaar).
 

24 september 2011 | De volgende ochtend keken we uit het raam: Grondmist en een waterig zonnetje. Koel weer, maar verder helder. Het beloofde weer een mooie dag te worden. Bij het ontbijt ontmoetten we Aart, een Nederlander die in 1946 naar Frankrijk emigreerde. Ons eerste tripje die dag was naar het gehucht Inval-Boiron, waar de boeken van schrijfster Wil den Hollander-Bronder zich afspelen. Hierover later (véél) meer in een apart bericht.


Op de kaart zag ik dat de zee niet ver is en het plaatsje le Tréport ligt het dichtstbij. Aart had ons ook aangeraden eens naar le Hourdel (!) te gaan. We zouden wel zien. De weg naar le Tréport was niet zonder obstakels. Er bleek één of andere wielerwedstrijd gaande te zijn, aangegeven door wegafzettingen en borden déviation (wegomlegging). Naarmate ik die borden volgde kreeg ik steeds meer het gevoel dat dit nu juist de route van de wielerronde was maar dan in omgekeerde richting! Gek genoeg hebben we geen wielrenner gezien. Le Tréport is een druk havenstadje aan de monding van de Bresle, waar veel toeristen komen. We parkeerden bij het strand, recht onder de krijtrotsen. Het strand bestaat voor 99,99% uit kiezelstenen. Uiteraard is er een vuurtoren, die naar onze smaak iets te veel naar een urinoir rook. In de haven riep ineens iemand Phoque! WTF dacht ik, maar het bleek dat er een zeehond (Nederlands voor phoque) in de haven gesignaleerd was. Helaas kon ik geen foto maken omdat op het moment suprême de batterij van mijn camera het liet afweten, daarna was het zeezoogdier verdwenen. Verderop in de haven staan op de kade enkele viskramen, die op dit uur van de dag de onverkochte voorraad in de haven kieperen, een soort burgeroorlog onder de aldaar talrijke meeuwen veroorzakend.


Na een kopjen kofjen op een terras reden we naar le Hourdel. Onderweg kwamen we een Auchan tegen (een supermarkt waar we regelmatig komen) en daar kochten we proviand voor de komende dagen, waaronder een hele gerookte kip en stokbrood voor vanavond. Naarmate we le Hourdel naderden werden we omringd door honderden motorrijders, die uitgerekend vandaag een rally aldaar hielden op hun antieke motoren. Gevolg was dat het erg druk was in le Hourdel, een soort vakantiedorpje nabij de Somme en uitkijkend over de Baie de Somme. Dit is een enorm brede riviermonding die bij eb nagenoeg droogvalt en dan grote gelijkenis vertoont met de slufter op Texel. We lopen rond en genieten van de weidsheid en de stilte.


Handig, zo'n kiptafel...
We reden op ons gemak weer terug en, nadat Aart ons in de wijnkelder had rondgeleid, aten we stokbrood met gerookte kip op de kamer, begeleid door de wijn die we van Trudy en Cas hadden gekregen.

25 september 2011 | 's Anderendaags zaten we met vijf nationaliteiten (NL, BE, DE, US, FR) aan de ontbijttafel. Aan het eind van de ochtend reden we weer naar Nederland. Onderweg aten we restjes kip met brood.




In totaal hebben we gedurende deze reis twee files gehad: op de heenweg bij Parijs en vandaag voor de Van Brienenoordbrug in Rotterdam. Valt nog mee eigenlijk...


donderdag 22 september 2011

Île de Ré-visité

Ik was van plan, nu we toch in La Rochelle zijn, weer eens naar Île d'Oleron te gaan. Maar dat is, tot onze grote schrik, bijna twee uur rijden, dus Île de Ré was tweede keuze. Je komt er door over de tolbrug te rijden. Het was druilerig weer en het miezerde zelfs een beetje. We hadden uit voorzorg de windjekkies en paraplu's meegenomen. Als eerste wilden we naar de Phare des Baleines (de vuurtoren der walvissen) op het uiterste puntje van het eiland. Er omheen staan allerlei winkeltjes, waar de toeristen hun zakken kunnen legen, wij niet uitgezonderd. We hebben er alle cadeautjes voor het thuisfront gekocht. Als de zon stralend had geschenen hadden we de vuurtoren wel beklommen, maar nu loonde het de moeite niet.
We zakten weer af en stopten bij Pas du Boutilon aan de zuidkant, waar normaliter veel gejetskied wordt. Nu stond er alleen het loze vissertje. De zee is hier luidruchtig, je hoort de keien rollen in de golven. Het terrein waar we staan is bezaaid met campers, waarvan er één opviel omdat het een vrachtwagen was met een caravan er achterop gefiguurzaagd. We reden verder naar Saint-Martin-de-Ré, een vestingstadje aan de noordkant. We parkeerden net buiten de stadsmuur, nadat we erbinnen geen parkeerplaats konden vinden (niet weer!). Het is goed te lopen. Eerst bekeken we de citadel, een 17e-eeuws huzarenstukje net ten oosten van het stadje. Het is niet toegankelijk voor het publiek omdat het Ministerie van Justitie er kantoren heeft. Je kunt er wel omheen lopen. Daarna aten we een appeltje bij het haventje, waarna we het stadje zelf bezochten. Na een bakje koffie op een terras, het was inmiddels zonnig en warm, gingen we nog even winkelen. Daarna reden we naar La Rochelle om iets te eten en nog wat aan sightseeing te doen.

In La Rochelle was een manifestatie aan de gang in het kader van de stedelijke mobiliteit. Hiervoor was het centrum autovrij gemaakt. Vanmorgen hadden we hier al last van, want we moesten via een omweg naar de brug rijden. Vanmiddag was het dan wel weer handig omdat je overal kon lopen zonder overreden te worden. Er was veel volk op den been, aangetrokken door de autovrijheid. Nadat we beiden een stokbrood (tonijn resp. gezond) hadden verorberd, liepen we nog even door de drukke winkelstraatjes. Er liepen ook hele horden studenten om te protesteren en/of manifesteren. Het was al met al een levendig zootje ongeregeld maar wel leuk.

Carla kocht bij CAMAïEU een trenchcoat (loopgravenjas volgens Google vertaal) en ik vond een Peugeot 403 cabriolet (ja, die van Columbo) van Norev bij Passion Collection. Bij elkaar 32€! Nadat we met vallen en opstaan de parkeerplaats hadden teruggevonden laveerden we door de stad, langs afzettingen en inmiddels verstopte straten (wegens de mobiliteitsmanifestatie, zeg maar), terug naar het hotel. Morgen de laatste etappe.

Zie ook: De oesters van To Lee.


woensdag 21 september 2011

Zeevoedsel

20 september 2011 | Abaroa, het restaurant dat wij hadden uitverkoren om onze honger te stillen, ging pas om 20.30 open, dus oefenden we geduld op de kamer. Toen het eenmaal zover was viel het toch een beetje tegen. De dame die ons bediende was het lachen vergaan en kon bijna niet ongeïnteresseerder uit de hoek komen. Tot overmaat van ramp had Carla's vis (wat voor vis werd in het midden gelaten) van de dag zijn dag niet, want halfgaar. Dat wil zeggen, de ene helft was gaar en de andere niet. Gelukkig was de kok wel goed geluimd want zij kreeg een compleet nieuwe vis. Na het toetje, een ijsje uit de supermarkt, kon er bij ons geen fooi af. Het park dat wij wilden bezoeken zag er in het donker zeer ongastvrij uit, dus beperkten wij ons tot een wandeling langs de Ria de Bilbao. De bruggen en oevers van Bilbao worden feeëriek geïllumineerd, om maar eens een beruchte dicteezin te hanteren. Op de kamer hebben we nog wat gelezen. Morgen is het weer vroeg dag.

21 september 2011 | Vandaag gaan we verder naar het Noorden, hoewel lang niet zo ver als eergisteren. Bestemming is La Rochelle, in het departement Charente-Maritime. In 2003 hebben we hier in de buurt op een camping vakantie gevierd, de laatste met de meiden (Mariska en Laura). Hoewel de reis voort-spoedde, duurde het toch langer omdat er veel aan de weg gewerkt wordt, wat resulteerde in een maximum snelheid van 90km/h. Het weer valt alleszins mee, in de mid-20 graden regionen, zeg maar. Het hotel, hoewel niet meteen vindbaar, heeft een ruime parkeergelegenheid, dus daarover dit keer geen klachten. Het complexje waar we inzitten is van hout en heeft nog het meest weg van gestapelde chaletjes. Binnen is het heel klein, maar wel gezellig.

We hebben (weer) trek en gaan richting strand, La plage des Minimes. Zoals de naam al doet vermoeden een piepklein strandje. Maar wel met uitzicht op een replica van Le Phare du Bout du Monde, een vuurtoren op de uiterste punt van Tierra del Fuego (Vuurland) en een inspiratiebron voor Jules Verne's Het licht aan de rand van de wereld. Na wat heen en weer geloop streken we neer op het terras van L'Equinoxe, een strandtentje. We bestelden mosselen met, doe eens gek, bier en wijn. De mosselen waren zeer goedkoop in onze ogen, maar aan het eind van de rit betaalden we voor de drankjes evenveel. Voortaan beter opletten. Na een tamelijk spectaculaire zonsondergang krijgen we het koud en lopen vol goede moed naar onze kamer.
 

vrijdag 13 maart 2009

De oesters van To Lee

Morgen gaan we weer naar Enschede, naar Hannie en Helmut en hun kinderen Jeanne en Dorine, om de verjaardag van Hannie te vieren. In 2003 zijn we tegelijk op vakantie geweest, in Frankrijk, Charente-Maritime. Wij hadden een chalet gehuurd op een camping in Saint-Just-Luzac, zij hadden daar een tent en we zijn zeven dagen aldaar met elkaar opgetrokken. Het was één van de leukste vakanties met de kinderen erbij tot dan toe. Op de heenreis werd het steeds warmer, we kwamen aan met 38ºC. Gelukkig had de Peus airco. Kort daarna werd het slecht weer maar na een paar dagen knapte het weer op.
 
Het gebied wemelt van de zoutpannen, waar nu oesterkwekerijen gevestigd zijn. Op een zonnige middag hebben we oesters gegeten, een primeur voor Carla en mij. Gelukkig hielp de ijskoude witte wijn. We hebben de meisjes maar niet verteld dat ze nog leven als je ze eet. We hebben heel wat uitstapjes gemaakt. La Rochelle is een nabij gelegen havenstad en tevens de hoofdstad van de streek. Het kent een rijke historie waar piraterij, slavenhandel, kabeljauw-visserij en walvisvaart om voorrang vechten. Royan is een mondaine badplaats met een grote jachthaven en permanente kermis.

Echt heel leuk waren de eilanden Île d'Oléron en Île de Ré, waartussen Fort Boyard ligt, bekend van de TV. Daar waan je je aan de Middelandse Zee. Trekpleisters waren daar natuurlijk de vuurtorens, Phare de Chassiron en Phare des Baleines. We zijn er zelfs óp geweest.

Op Île de Ré hebben we ook nog het stadje Saint-Martin-de-Ré bezocht, waar je o.a. een ritje op een ezel kunt maken. Die beesten hebben een soort broek aan, traditioneel tegen distels en andere ongemakken en -gedierte. Tussendoor zijn we ook in de Zoo de la Palmyre geweest. Bloedheet maar wel heel leuk. Op het strand van Marennes hebben we 14e Juillet gevierd, compleet met lampions en vuurwerk. Er dreigde alleen onweer, wat ook wel weer spannend was.

Carla en ik zijn ook samen wezen wandelen, dwars door het moerassige gebied rond Brouage, een oud vestings- en garnizoenstadje. Het is nog helemaal in oude (Napoleontische) staat. Vlak voor Hannie en Helmut vertrokken hebben we daar met zijn allen in een restaurant gegeten, alwaar zich een discussie ontspon over wat voor vis een Dorade nou eigenlijk is. Ik won, meen ik. Na hun vertrek zijn we nog naar Bordeaux geweest. Best een aardige stad, alhoewel een beetje vervallen. We hadden geluk: ze waren net met de aanleg van de metro begonnen en de hele stad lag open. Omdat het regende werd het één grote modderpoel. We hebben nog wel enkele Romeinse oudheden bezocht, zoals een arena waar een militaire kapel stond te oefenen.

De Tour de France zou het stadje Cognac aandoen. Dat ligt vlakbij, dus wij erheen. Je hoeft je niet te vervelen, uren voor de wielrenners er zijn komt een schier onafzienbare karavaan langs. Bij wijze van reclame worden allerlei goederen het publiek ingegooid. Wij hadden het geluk dat een waterfabrikant meedeed, die bij wijze van strooigoed een waterspuit op het publiek richtte. Er waren hele volksstammen op de been die speciaal voor het strooigoed waren gekomen, de wielrenners waren maar bijzaak. Ik heb wel Lance Armstrong (Engels voor sterke benen) op de kiek. Was nog best lastig, ze komen met 60 km/h voorbij!

De laatste dagen hebben we gechilled rond het zwembad.

De foto's zijn gemaakt met mijn allereerste digitale camera, een Agfa CL20 met 1.3 megapixels. Nu lach je er om, maar toen state of the art. Het ding ging echter kuren vertonen, getuige overstraling, een violetzweem en het merkwaardige fenomeen dat hij spontaan ging afdrukken.

Enfin, ik hoop echt iets dergelijks nog eens over te doen.