Posts tonen met het label Normandië. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Normandië. Alle posts tonen

maandag 20 oktober 2014

Zonnig Normandië

's Morgens vroeg rondom de boerderij
Honfleur en Trouville
Wandelen in de omgeving

donderdag 25 juli 2013

Déjà vu

Na een mislukte poging om afgelopen winter bij Celma en Robert hun nieuwe appartement in Rotterdam te bekijken (Carla had kiespijn en daarna kwam het er niet van), zijn we vorige week maar weer afgereisd naar hun Chambres d'hôtes in Saint-Agnan-de-Cernières, Normandië. Ook leuk. Op de heenweg zouden we de verlaten boerderij van 'Boerin in Frankrijk' nog even uitchecken, op de terugweg de supermarkt Auchan in Roncq. Het liep anders.

De heenweg was niet zonder incidenten. Celma had ons al gewaarschuwd voor oponthoud in Rouen, sowieso een obstakel van formaat. De Pont Mathilde is gesloten en de borden dirigeren je dan helemaal om Rouen heen in noordwestelijke richting, een deviation die letterlijk een omweg is. Zij stuurde ons per e-mail een gedetailleerde, betere route. Dat was dus niet het probleem. Dat kwam veel eerder, net voor Abbeville, waar de D928 ter hoogte van Froyelles met borden was afgezet maar zonder enige aanwijzing hoe dan wèl te rijden. Wij dachten met onze intelligente navigatie dat varkentje wel even te wassen, maar elke route die we probeerden  leidde weer naar die vermaledijde D928, tot we ver genoeg afweken zodat we uiteindelijk via St. Riquier in Abbeville verzeild raakten. We hadden zoveel tijd verspild dat we het bezoek aan onze boerin maar uitstelden tot de terugreis.


Enigszins bedremmeld kwamen wij dus aan maar we werden meteen getrakteerd op een barbecue, kundig aangestoken door Robert, die wel iets met vuur heeft. De maaltijd werd verluchtigd met de geluiden die een naboer (naburige boer) maakte tijdens het aan- en afrijden met de zojuist geoogste hooibalen die daarna omstandig met een vorkheftruck in de schuur werden gebracht. Het heerlijke weer, de wijn en het meer dan prettige gezelschap maakte veel goed. Voor het donker werd ben ik nog even de buurt gaan verkennen om wat foto's te maken. We maakten plannen voor de komende dagen: vrijdag naar de kust en zaterdag een boswandeling in de buurt.

's Anderendaags, net voor het ontbijt, maakte ik nog wat meer foto's in het mooie ochtendlicht. Na het heerlijke ontbijt was er nog wat brood over en dat namen we mee als lunchpakket. We reden door het prachtige Normandische landschap, via Caen, naar les Plages du Débarquement, oftewel de Landingsstranden. We waren in 2001 al eens met de meiden in Grandcamp-Maisy geweest, maar reden nu naar Colleville-sur-Mer ter hoogte van Omaha Beach, waar de Normandy American Cemetery and Memorial is gesitueerd. We bezochten het paviljoen, het strand en tenslotte de begraafplaats. Om maar eens en cliché te hanteren: indrukwekkend! We vervolgden onze weg naar Arromanches-les-Bains, gelegen aan het Gold Beach. Hier liggen nog tientallen pontons, zowel in zee als op het strand, die aldus gevormd tot 'Mulberry' haven gebruikt werden tijdens de Landing op D-Day. Na al dit oorlogsgeweld reden we via Falaise terug naar ons vakantiestulpje. Het is al twee dagen prachtig weer en het blijft voorlopig zo.


Zaterdagochtend maakten we de boswandeling in de buurt. Het is een landschap zoals wij dat graag zien: akkers, velden, bos, af en toe een boerderij en vooral geen andere wandelaars. Het belooft erg warm te worden dus we vertrekken vroeg (11.00 uur...). Celma en Robert gaan mee als gids en vertellen honderduit over de omgeving. We wijken zelfs nog af van het pad om een verlaten houtzagerij te bekijken. Er huist een bijenvolk, dus we komen niet te dichtbij. Het wordt wel erg warm en zijn blij als we weer in de bewoonde wereld zijn en heerlijk in de schaduw kunnen lezen en luieren. 's Avonds eten we heerlijke moules frites, eigenhandig gekookt door Celma, die ons al dagen verwend met hapjes en drankjes. Redelijk uitgeblust kruipen we, als het donker is, in onze mandjes.


Zondagochtend is het alweer tijd om naar huis te gaan. De terugtocht verloopt redelijk voorspoedig en we komen na twee uur rijden in Inval-Boiron aan, waar de verlaten boerderij van Wil den Hollander staat. Er is niet veel veranderd, het gras staat wat hoger en je kunt niet overal goed naar binnen kijken. Met de nieuwe camera toch maar weer wat foto's gemaakt. Binnen, in één van de schuurtjes, staat een blikje Deja Rubbing-Compound Super, dat drie jaar geleden op exact dezelfde plaats stond. De tijd staat hier stil. We eten in de bloedhitte ons lunchpakketje en vertrekken voor de laatste etappe naar Roncq, om boodschappen te doen bij Auchan, één van de vele gigantische supermarkten die Frankrijk rijk is maar die, tot onze verbazing, op zondag gesloten is. Merde!

zondag 6 november 2011

Bijkomende schade

Bijna twee jaar geleden completeerde ik mijn verzameling Kuifje-auto's van Editions Atlas Collections. Ik ontving zeventig maanden lang elke maand een autootje. Een paar weken geleden kreeg ik, omdat ik zo'n goede klant was,  van deze firma een nieuwe aanbieding: een gratis Willys Jeep MB. Ik hoefde alleen de verzendkosten te betalen: 2,95€. Later zag ik advertenties waarin dezelfde auto werd aangeboden, nu zonder verzendkosten, maar het autootje voor hetzelfde bedrag. De levering liet nogal op zich wachten en desgevraagd gaf Atlas toe leveringsproblemen te hebben.
 
 
Geduld is een schone zaak. Vandaag stond ik op het punt weer eens te informeren, toen de buurvrouw aanbelde en mij de auto overhandigde, het was bij weer een andere buurman bezorgd maar die had het drie weken laten liggen en kwam er uiteindelijk achter dat het voor mij was. Als een kind zo blij pakte ik de auto uit en zette het op tafel. Tijdens het ontbijt waarschuwde Carla  mij nog dat ik niet tegelijk mocht eten en spelen, maar het was al te laat. Door een onverhoedse beweging mijnerzijds schoof de auto van tafel en ik kon hem maar net tegenhouden door er hard op te slaan. Voorruit en mitrailleur afgebroken. Ontroostbaar wilde ik het hele zootje al weggooien maar kon me nog net inhouden. Ik heb Atlas inmiddels gevraagd mij een nieuwe te sturen. Ik ben benieuwd.

Update 14 december 2011: Vandaag ontving ik inderdaad een nieuw exemplaar. Gratis!

Generaal Maxwell Taylor, Normandië 1944
De Willys Jeep is een auto die iedereen tot de verbeelding spreekt. Het is het symbool van de bevrijding door de Amerikanen en Canadezen in 1945. Naderhand zijn er vele achtergebleven. Mijn vader heeft er zelfs één gehad, hij was Aannemer in Straat- en Tegelwerken en gebruikte hem voor het vervoer van zand, stenen en materiaal in een aanhanger. Dit was midden/eind jaren zestig. Tien jaar later maakte ik er opnieuw kennis mee, nu in militaire dienst. Ik zat bij de 25e Afdeling Lichte Luchtdoelartillerie (LtLua) in Ede als verkenner. Dit hield in dat het mijn taak was vijandelijke vliegtuigen te signaleren, nog voor de radar deze zag, dus voor de horizon. Hiertoe reden wij in een Jeep van de stelling, waar de kanonnen zich bevonden, naar 5 km daarvoor waar wij ons verstopten voor de vijand. Contact onderhielden wij met veldtelefoon en radio. Zodra we een vliegtuig zagen, bijvoorbeeld een Russische MIG, meldden wij dat in code. Het waren spannende tijden. Gek genoeg heb ik geen foto met een Jeep erop. Een jaar nadat ik afzwaaide werd de hele tent opgeheven en vervangen door Leopard tanks. Ik hoefde ook niet op herhaling en moest mijn plunje tenslotte inleveren. Duizend bommen en granaten!
Kanonnier der Eerste Klasse, lichting 77/5, Afd. 25 LtLua, juni 1978

zondag 25 september 2011

Boerin in Frankrijk

Wil den Hollander-Bronder
Mijn moeder, Neeltje Herlaar, is in 1917 in Brielle geboren. Zij bezocht daar de lagere school (de 'klompenschool' voor zover ik weet). Thuis hadden wij wat boeken staan, het merendeel streekromans. Leergierig ventje dat ik was, ik las ze bijna allemaal. Zo ook de omnibus 'Boerin in Frankrijk' van de schrijfster Wil den Hollander-Bronder. Later, als puber, las ik het nogmaals en toen vertelde mijn moeder dat zij met de schrijfster, Wil Bronder, op school had gezeten, misschien zelfs wel in dezelfde klas, hoewel ze bijna twee jaar scheelden. Volgens mijn moeder woonde Wil in de polder Zuurland nabij Brielle, destijds kennelijk onderdeel van Oostvoorne.

Wil is later getrouwd met Gerrit den Hollander(!) en zij zijn in 1947 naar Frankrijk geëmigreerd, waar ze uiteindelijk in het gehucht Inval-Boiron in het departement Somme een boerderij konden pachten. De vier boeken die de omnibus* vormen verhalen over het wel en vooral wee aldaar. Wil is in 2000 overleden en woonde tot op die dag op die boerderij. Haar man Gerrit sneefde, inmiddels dement, in 2002. Lekker belangrijk zul je misschien denken, maar door de hernieuwde kennismaking met mijn oude schoolvriendin Celma ben ik meer dan normaal geïnteresseerd geraakt in deze vrouw en haar nalatenschap. Celma heeft namelijk een Chambres d'Hôtes in Saint-Agnan-de-Cernières, Normandië. Dat ligt niet zo gek ver van Inval-Boiron. Wij hadden onze vakantie dit jaar bij Celma af willen sluiten, maar dat ging qua planning niet door.

Nu had ik al eens over dit onderwerp gegoogled en ontdekte dat in het gehucht Le Mazis een Chambre d'Hôtes 'Onder de Linden' was, die wordt uitgebaat door een zekere Aart Onder de Linden en zijn vrouw Dorette. Zo las ik dat hij, naar Frankrijk geëmigreerd in 1946, vanaf 1952 als knecht op de boerderij van Den Hollander heeft gewerkt. Sterker nog, hij figureert als Kees in een aantal hoofdstukken! Dorette is dan weer de dochter van de vorige bewoners van die boerderij en heet in het boek aanvankelijk Blanche en later Odile. Haar ouders verhuisden toen naar een landhuis in Le Mazis. In 1972 werd dit door hen omgetoverd tot een Chambres d'Hôtes en werd in 1992 door Aart en Dorette overgenomen.

Zaterdag 24 september 2011 zijn we dan op bedevaart gegaan naar de oude boerderij. 's Ochtends bij het ontbijt ontmoetten we Aart, die bij mijn oom Wim in de klas blijkt te hebben gezeten begin jaren '30. Hij kende een flink aantal van mijn ooms en tantes en mijn opa Eliza, die stratenmaker was en waar mijn vader bij werkte. Aart is in Vierpolders geboren en staat, nu ruim 80 jaar, nog midden in het leven. Nooit gestopt met werken en vol plannen voor de verbouwing van de kamertjes op de tweede verdieping. Met de instructies van Aart gaan we op stap. De afstand tussen Le Mazis en Inval-Boiron is slechts ruim een kilometer. We lopen langs weiden waar de karakteristieke witte koeien grazen. 'Bij de kerk rechtsaf en dan over het bruggetje'. Aan de linkerkant van de Rue du Moulin zien we het boerderijtje staan.

Het verbaast mij dat het pal aan de weg ligt, door de beschrijvingen in het boek (mede geholpen door de omslagillustratie) leek het verloren in de ruimte te staan. Het is ook veel kleiner dan ik me voorstelde en inmiddels onvoorstelbaar oud en vervallen. Dat hier tot ruim tien jaar geleden nog iemand gewoond heeft! We lopen om de boerderij heen. Aan de achterkant was een watermolen, die een aantal machines aandreef. We moeten door een kapot hek kruipen om er zicht op te krijgen. De rivier Le Liger is in deze tijd van het jaar slechts een smal stroompje. Het omliggende terrein is totaal overwoekerd. De boerderij wordt misbruikt als opslagplaats van de naburige boer, die ons gelukkig met rust laat en niet wegjaagt zoals Aart vreesde.

Het exterieur van de boerderij
Het interieur...
We gaan ook naar binnen in wat schuren en stallen moeten zijn geweest. Het woongedeelte is afgesloten maar ik kan wel foto's door de ramen maken. Het ziet er allemaal vervallen en deprimerend uit. Kleine hokjes en kamertjes, overal rommel, stof en spinnenwebben. Mooi en ontroerend zijn de details: porseleinen schakelaars, aandrijfstangen, -riemen en -wielen, achtergelaten gebruiksvoorwerpen. We verkenden ook nog even de omgeving en ontliepen ternauwernood de 'bemoeizuchtige' overbuurvrouw. Het is welletjes geweest en schoorvoetend aanvaardden we de terugtocht. We werden ingehaald door de boer die zijn koeien ging verweiden. Het leven gaat hier, ondanks alles, gewoon door...


De omgeving en haar stralende middelpunt...
*Land van zon en wijn (1964), Volwassen mensen huilen niet (1964), En de boer, hij ploegde voort (1965) en Mijn vallei in Frankrijk (1966).

zaterdag 24 september 2011

Somme der delen

Niet 'Onder de Linden'
maar onder de walnotenboom. 
23 september 2011 | De rit naar onze laatste bestemming in het departement Somme in de Regio Picardië begon een beetje moeizaam. Er zijn namelijk geen snelwegen tot de aansluiting met de A83 in de Vendée. Daarna ging het vrij rap, tot Rouen, sowieso een nachtmerrie voor wie daar niet al te vaak komt. Zo kwam het dat wij op de A115 uitkwamen en niet op de A28. Het bespaarde ons wel een rit door de stad zelf, wat op zich weer een opsteker was, een extra péage op A29 ten spijt. Daarna vonden wij onze kronkelweg naar Le Mazis, het gehucht waar de Chambres d'Hôtes 'Onder de Linden' van Aart Onder de Linden en zijn vrouw Dorette staat. Het is 'tweede keus', aangezien wij oorspronkelijk bij Celma en Robert in Normandië wilden neerstrijken, maar die konden niet dit weekend.

Een geluk bij een ongeluk, want het blijkt een zeer mooi landhuis te zijn met enorme kamers. De kamer die wij hadden had een badkamer die groter was dan onze hele hotelkamer in La Rochelle! We werden meteen begroet door de poes, gevolgd door Dorette, die ons een kopje thee aanbood en een (stroef) gesprekje met ons aanging. Zij spreekt redelijk goed Nederlands. Haar man Aart was niet aanwezig en die ontmoetten wij pas de volgende ochtend. Na het uitpakken en genieten van de zon in de enorme achtertuin gingen we een hapje eten in het naburige Blangy-sur-Bresle. Dorette had op een briefje de route voor ons uitgestippeld. We lieten ons oog vallen op pizzeria La Trattoria, waar we een eenvoudige doch voedzame maaltijd nuttigden, waarna we in het pikkedonker terugkeerden. Carla liet zich nog even zakken in het bad op pootjes (foto's bij de redactie verkrijgbaar).
 

24 september 2011 | De volgende ochtend keken we uit het raam: Grondmist en een waterig zonnetje. Koel weer, maar verder helder. Het beloofde weer een mooie dag te worden. Bij het ontbijt ontmoetten we Aart, een Nederlander die in 1946 naar Frankrijk emigreerde. Ons eerste tripje die dag was naar het gehucht Inval-Boiron, waar de boeken van schrijfster Wil den Hollander-Bronder zich afspelen. Hierover later (véél) meer in een apart bericht.


Op de kaart zag ik dat de zee niet ver is en het plaatsje le Tréport ligt het dichtstbij. Aart had ons ook aangeraden eens naar le Hourdel (!) te gaan. We zouden wel zien. De weg naar le Tréport was niet zonder obstakels. Er bleek één of andere wielerwedstrijd gaande te zijn, aangegeven door wegafzettingen en borden déviation (wegomlegging). Naarmate ik die borden volgde kreeg ik steeds meer het gevoel dat dit nu juist de route van de wielerronde was maar dan in omgekeerde richting! Gek genoeg hebben we geen wielrenner gezien. Le Tréport is een druk havenstadje aan de monding van de Bresle, waar veel toeristen komen. We parkeerden bij het strand, recht onder de krijtrotsen. Het strand bestaat voor 99,99% uit kiezelstenen. Uiteraard is er een vuurtoren, die naar onze smaak iets te veel naar een urinoir rook. In de haven riep ineens iemand Phoque! WTF dacht ik, maar het bleek dat er een zeehond (Nederlands voor phoque) in de haven gesignaleerd was. Helaas kon ik geen foto maken omdat op het moment suprême de batterij van mijn camera het liet afweten, daarna was het zeezoogdier verdwenen. Verderop in de haven staan op de kade enkele viskramen, die op dit uur van de dag de onverkochte voorraad in de haven kieperen, een soort burgeroorlog onder de aldaar talrijke meeuwen veroorzakend.


Na een kopjen kofjen op een terras reden we naar le Hourdel. Onderweg kwamen we een Auchan tegen (een supermarkt waar we regelmatig komen) en daar kochten we proviand voor de komende dagen, waaronder een hele gerookte kip en stokbrood voor vanavond. Naarmate we le Hourdel naderden werden we omringd door honderden motorrijders, die uitgerekend vandaag een rally aldaar hielden op hun antieke motoren. Gevolg was dat het erg druk was in le Hourdel, een soort vakantiedorpje nabij de Somme en uitkijkend over de Baie de Somme. Dit is een enorm brede riviermonding die bij eb nagenoeg droogvalt en dan grote gelijkenis vertoont met de slufter op Texel. We lopen rond en genieten van de weidsheid en de stilte.


Handig, zo'n kiptafel...
We reden op ons gemak weer terug en, nadat Aart ons in de wijnkelder had rondgeleid, aten we stokbrood met gerookte kip op de kamer, begeleid door de wijn die we van Trudy en Cas hadden gekregen.

25 september 2011 | 's Anderendaags zaten we met vijf nationaliteiten (NL, BE, DE, US, FR) aan de ontbijttafel. Aan het eind van de ochtend reden we weer naar Nederland. Onderweg aten we restjes kip met brood.




In totaal hebben we gedurende deze reis twee files gehad: op de heenweg bij Parijs en vandaag voor de Van Brienenoordbrug in Rotterdam. Valt nog mee eigenlijk...


zondag 14 november 2010

Iets gemist?

Ontdekkingsreizigers.
De laatste dag van deze ietwat vreemde vakantie. Je dochter gaat samenwonen met haar vriend in Portugal. Eindelijk een excuus om eens een flink eind te gaan rijden, door België, Frankrijk en Spanje. Spullen mee, bagage en een jerrycan benzine. Op de heenreis maakten we twee stops, in Poitiers en Valladolid. Vervolgens bleven we een doordeweek in Póvoa de Santa Iria, een voorstad van Lissabon, waar we kennis gemaakt hebben met Laura's vrienden en Bruno's ouders. Toen naar Toledo, doe eens gek, we zijn er nu toch. Daar hebben we ons éénendertigjarig huwelijksjubileum gevierd en het 'échte' Toledo's pad gelopen. Dan, in  vier etappes terug. Met een verblijf in Millau van twee dagen en een bezoek aan het Viaduc aldaar en nog eens twee dagen in Saint-Agnan-de-Cernières, bij Celma en Robert.

De (Peugeot) Leeuw van België:
Luctor et emergo
Vanmorgen zijn we tamelijk vroeg opgestaan, we willen rond 10.00 uur vertrekken, wat lukt. Het ontbijt is weer fabuleux en we maken nu legaal lunchpakketjes. Alles moet op, Celma en Robert gaan ook weer richting Nederland. Het is gelukkig weer droog en de wind is gaan liggen. Hoewel we weer over tolwegen rijden is het rond Rouen nog niet zover, daar moet je doorheen. TomTom wordt er bijkans pas bien van. In België zien we hele stukken land onder water, en dat in het westen waar het nogal meevalt. Dan, na 5500 km, terug in Nederland. Het is weer prettig druk op de wegen, zelfs op zondagmiddag. Dát hebben we gemist. Welkom thuis...

Ik heb een erg ongelukkige jeugd gehad...
mijn vader dronk en mijn moeder at.
Kamagurka: Het boeiende leven der sukkels ©1980

zaterdag 13 november 2010

Worst case scenario

Vannacht lag ik nog even te luisteren en dacht stemmen te horen, van een radio of tv. Om een uur of vijf was ik even wakker en hoorde het nog steeds! Na de oren nog eens goed gespitst te hebben bleek het murmelend regenwater in de regenpijp te zijn. Dit soort geluiden hoor je in de grote stad niet meer. Het ontbijt was weer super, Robert haalde vers brood bij het dichtstbijzijnde bakkertje.

De geplande boswandeling gaat niet door. Het waait hard en het regent nog steeds. Bovendien lopen er boze jagers rond met geladen buksen. Een redelijk alternatief is de Salon Antiquités Collections in Lisieux, een stadje waar we vorig jaar ook al eens waren.  Misschien kunnen we iets leuks scoren voor de logeerkamer die we, zoals we vanmorgen hebben besloten, opnieuw gaan inrichten. Deze antiek- en brocantemarkt is gelukkig overdekt, dus dat valt weer mee. Wat beslist niet meevalt, zijn de prijzen die hier gehanteerd worden. Ik zag zegge en schrijve één mooie, industriële (werk-)lamp uit 1920, van staal en massief aluminium voor 480€. Dan heeft zelfs afdingen geen zin! We zagen ook allerlei kleurrijke figuren, verkopers vooral, in diverse stadia van dronkenschap en/of excentriciteit.

Na een paar uurtjes keerden we onverrichter zake (hoewel Celma een broche kocht) terug naar de woonstede, waar ik het roosteren van een in Toledo gekochte chorizo, zoals ik van Filipe had geleerd, ter hand nam. Deze hadden we onze gastvrouw en -heer cadeau gedaan, bij wijze van eetbaar souvenir. Dit buiten doen was vanwege de regen geen optie, dus op het aanrecht dan maar. De eerste helft deed ik, maar Robert stond er op de tweede te doen, aldus geschiedde. Na dit ritueel werd de worst, vergezeld van de nodige glazen wijn, kaasjes en stokbrood, verorberd. Niet lang daarna bereidde Celma weer een heerlijk plat du jour. Gezelligheid kent geen tijd, dus we rolden iets later dan we wilden weer in ons bedje.




vrijdag 12 november 2010

In de wolken

We waren eigenlijk van plan in Millau te gaan eten, maar alles was dicht. Geen nood, het grillrestaurant van ons hotel bood uitkomst. Carla nam paella en ik ribeye steak met roquefortsaus, weer vergezeld van een fles Peysir. Dat is toch wel een heel lekker wijntje. Het restant namen we weer mee naar de kamer. Daarna vroeg het mandje in omdat we er weer vroeg uit moesten voor de rit naar Normandië.
 
We wilden over de brug rijden, dus moesten we terug naar afslag La Cavalerie om daar de A75 naar het noorden te nemen.  Het was regenachtig, wat in dit bergachtige gebied betekent dat je in de wolken rijdt. Af en toe moest het mistlampje aan. Ook de brug was er in gehuld, wat wel een bijzonder aanzien geeft. Aan de noordzijde is een Aire aangelegd, speciaal om vanaf deze kant een blik op de brug te kunnen werpen. Het ligt op gelijke hoogte, dus je kunt weer vanuit een ander perspectief foto’s maken.  Het levert wat mij betreft de mooiste plaatjes op. 
 
 



Rijdend over die gigantische brug kreeg ik hetzelfde gevoel als het
Gezelschap van de Ring toen zij de Pillars of the Kings naderden: ontzag!


Daarna reden we bijna 800 km naar Chambre d'Hôtes le Chaînon van Celma en Robert in Normandië, langs steden als Clermont-Ferrand, Bourges, Tours en Le Mans. Onderweg regent het zacht of helemaal niet en we kunnen behoorlijk opschieten. We rijden, zoals eigenlijk de hele tijd, louter over tolwegen. Je hebt dan bijna geen verkeer en je kunt lekker opschieten. Net voor donker reden we Saint-Agnan-de-Cernières binnen na een rit van in totaal ruim acht uur. Celma en Robert verwachtten ons nog niet zo vroeg omdat ze niet wisten dat we via tolwegen kwamen. We werden allerhartelijkst onthaald met knabbels en wijn en daarna een heerlijk, overvloedig plat du jour. Na de koffie kakten we een beetje in en toen zijn we onze chambre maar gaan opzoeken. Omdat we hier geen internet hebben stuurden we de thuisfronten een sms’je (veel te laat) en gingen we, terwijl het buiten stormt en regent, slapen.


donderdag 17 juni 2010

Maaiveld

Banale zaken kunnen je danig in beslag nemen. Neem Celma en Robert, met hun boerderij in Normandië. Daar groeit het gras de pan uit en daar moest nodig iets aan gedaan worden. Tijdens mijn laatste bezoekje liet ik mij ontvallen dat ik best mee wilde helpen, welk aanbod in dank werd aanvaard. Zo geviel het dat Robert en ik afgelopen zondag om 08.00 uur op weg waren naar Saint-Agnan-de Cernières. Halverwege, in de stad Arras, pikten we een terrasje.

Eind van de middag waren we ter plaatse. Achter de boerderij werd al gehooid, door drie tractoren tegelijk. Het weer was goed, zonnig en droog. De vorig jaar uitgegraven vijver barst van de kikkers en we zagen zelfs een slang! 's Avonds ontstak Robert nog een vreugdevuur en na de koffie met Calvados gingen we ter bedde, ik in de TV-kamer. De kikkers hielden me wakker.

  's-Anderendaags was het druilerig en van grasmaaien zou niets komen zo dachten we. Geen nood, er was verder genoeg te doen. De grasmaaier prepareren, stenen en puin langs de vijver leggen et cetera. 's Middags speelde Nederland tegen Denemarken, wat ik per se wilde zien. Robert had wel wat anders te doen, afval wegbrengen naar de déchetterie (milieustraat) en boodschappen doen voor het avondeten en de volgende dagen. Bij de bakker in Montreuil-l'Argillé haalde Robert dagelijks un pain et un bûcheron (stok- en rond bruin brood).

Na de wedstrijd was ons gras dermate droog dat ik de Honda kon bestijgen en, na wat aanloopprobleempjes, het gras kon maaien. Intussen deed Robert de moeilijke stukjes, inclusief hele braamstruiken, met een kleine maaier. Na de (helaas verplichte) wijn en knabbels op het terras en avondeten hebben we tot diep in de nacht gepraat, waarbij opviel dat we toch wel totaal verschillende persoonlijkheden zijn, zonder dat dit overigens tot enige wrijving leidt.

Dinsdagochtend heeft Robert me Bernay laten zien, een rustig provinciestadje in de buurt. Via een toeristische route zijn we weer teruggereden. 's Middags heb ik het hele grasveld opnieuw gemaaid, nu met de messen een stuk lager zodat er nog een flink stuk afkwam. Het resultaat: biljartlakentje!


Raymond Keulemans: eat your heart out!
Daarna zijn we het weiland achter de boerderij ingegaan, waar normaal koeien lopen maar nu even niet. Achterin is een mare* waar zich gevogelte en gedierte ophoudt. Het konijntje op de foto is dood, maar zat daar alsof het elk moment kon wegrennen. Weer terug op het terras begluurden we de buurvrouw die heur haag te lijf ging met een door benzine aangedreven heggenschaar, groter en zwaarder dan zijzelf. Na de maaltijd gingen we niet al te laat slapen, morgen gaan we redelijk vroeg weer naar huis.

*Van Dale: ketelvormige inzakking in niet-vulkanisch gesteente, gewoonlijk een meer.